Vers voor de klas: Zwevende magneet

 

img_3501

Het was feest. Met de tweede klassen deden we mee aan het ‘Feest van de techniek’. Een evenement georganiseerd om vmbo-leerlingen uit de regio Utrecht kennis te laten maken met techniek. Mijn klas ging naar de energiecentrale van Eneco in Utrecht op de Lage Weide, een industrieterrein aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal. Daar waar de mensen in de stad met stadsverwarming hun energie vandaan halen. Zoals ik zelf dus. Terug naar de bron.
Om van Overvecht naar de Lage Weide te komen stond er een bus gereed. Die reed een rondje over de Lage Weide om de klassen op verschillende locaties te droppen. Vooraf moest de klas, en ikzelf, een instructiefilmpje kijken en vragen beantwoorden. Als je een voldoende scoorde, printte je het certificaat en dat nam je met een identiteitsbewijs mee naar de poort van Eneco. Helaas haalde ik niet de juiste score en kon ik het filmpje nog een keer kijken. De leerlingen daarentegen scoorden allemaal goed.
Op de energiecentrale speelden de leerlingen eerst een ‘serious game’ getiteld Onderdegrond. Dit is een computerspel waarmee je ook wat leert. In dit geval werd een stad gesimuleerd en werden de leerlingen verdeeld over groepjes. Een van de leerlingen was de burgemeester en andere groepjes vertegenwoordigden het waterbedrijf, het energiebedrijf en de burgers. Hoe kom je tot een leefbare stad waar genoeg schoon water, duurzame energie, huisvesting en groen is? De crux is samenwerken. En dat onderdeel ging juist niet zo goed. Normaal gesproken wordt zo’n spel een halve dag gespeeld en mijn leerlingen kregen krap een uur. De begeleider zei dat hij het een knappe prestatie vond omdat de meeste mensen, veelal hoogopgeleide professionals, die het spel spelen, alleen al een uur nodig hebben om de besturing te snappen.
Daarna keken ze een filmpje over de energiecentrale van Eneco en kregen ze een rondleiding. Waar sommige leerlingen het koud hadden tijdens het spel, ze zaten met hun jas aan, liepen ze in hun T-shirt door de ruimte waar de energie opgewekt werd.
Het leukste werd uiteraard voor het laatst bewaard. Natuurkundige proefjes om te laten zien hoe de energiecentrale werkt. “Kijk, dit is een koperen buis. Wat gebeurt er als ik deze moer erdoor laat vallen?”, vraagt de chef van Eneco. “Die valt, meneer!”, roepen de leerlingen. “Klopt, kijk maar”, zegt hij als de moer met een plof op de tafel komt. “En deze magneet?” “Die valt ook, meneer.” “Zeker weten?” Geïntrigeerd kijken de leerlingen naar de even zwevende en draaiende magneet. Zo ontstaat een spoel, legt de man uit. Wie weet wat de verklaring hiervoor is?

Kijk hier een filmpje van een vallende magneet door een koperen buis.

 https://www.youtube.com/watch?v=Euc3JYOFpiE

Geplaatst in lesgeven en onderwijs, Overvecht | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het origineelste zakengeschenk van Utrecht: Het Overvecht Kwartetspel. Ook leuk voor sinterklaas en kerst!

img_6080

Utrecht Overvecht, 18 november 2016 – Zoek niet langer verder naar een geschikt kerstcadeau voor je personeel, collega’s of zakenrelaties. Maak de mensen blij die belangrijk voor je zijn en geef ze het leukste kwartetspel van Overvecht en misschien wel van heel Utrecht. Grijp deze kans en koop een unieke ervaring: het Overvecht Kwartetspel.

Voor je het weet is het Kerstmis. En wat is er nu leuker om dit jaar met een origineel kerstcadeau te komen? Met het Overvecht Kwartetspel maak je geheid goede sier. Het Overvecht Kwartetspel is ‘made in Overvecht’ want het is ontwikkeld door Simon de Wilde van Wilde Inkt (linkje 1 invoegen). Door het cadeau te doen laat je zien dat je trots bent om als ondernemer of bedrijf vanuit de wijk te werken.

Collectors item
Er zijn al 1250 kwartetten verkocht. Het eerste exemplaar werd in ontvangst genomen door de burgemeester van Utrecht Jan van Zanen (bekijk hier een filmpje). Woningcorporatie Mitros doet de spelletjes cadeau aan nieuwe huurders in Overvecht en vluchtelingen in de noodopvang gaan er de Nederlandse taal mee leren. De gemeente Utrecht geeft ze cadeau aan vrijwilligers uit de wijk. En ook op basisschool Spoorzicht spelen ze er mee en ontdekken ze de meest bijzondere plekken en verhalen uit de wijk.

Superleuk cadeau
Het spel zet de wijk letterlijk op de kaart, omdat het 32 prachtige en veelal onbekende plekjes belicht. Wie het speelt, steekt er dus niet alleen wat van op, maar beleeft er ook een hoop plezier aan. Het Overvecht Kwartspel is ook buiten de feestdagen om ook leuk om weg te geven, bijvoorbeeld als welkomstgeschenk of als bedankje voor uw vrijwilligers

Prijzen kerstkwartetaanbieding
Wees er snel bij want op=op. Speciaal voor de feestdagen deze aanbieding:

1 kwartet                             =         8 euro

5 kwartetten                        =         7,50 euro per spel (37,50 euro)

10 kwartetten                     =         7 euro per spel (70 euro)

25 kwartetten                     =         6,5 euro per spel (162,50 euro)

50 kwartetten                     =         6 euro per spel (300 euro)

Vanaf 100 kwartetten         =         5 euro per spel (Alle prijzen zijn inclusief btw.)

Einde van dit bericht.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Simon de Wilde.
info@wilde-inkt.nl

Of kijk voor meer informatie op:
https://simondewilde.wordpress.com/het-overvecht-kwartetspel/

IMG_2818

 

Geplaatst in Overvecht, Utrecht | Tags: , | Een reactie plaatsen

Vers voor de klas: Bliksemstage

Met twee docenten en zeven leerlingen staan we in Overvecht bij de halte op de bus te wachten. De buschauffeur vindt dat we niet hoeven te betalen als hij ziet dat we een briefje van vijftig euro in onze hand hebben. ‘Dat is te veel gestempel.’

Op Utrecht Centraal stappen we over. Van het busstreekstation langs het stadskantoor door de nieuwe stationshal naar de reguliere bussen. De kaartjesautomaat accepteert ook al geen biljetten van vijftig. Gelukkig is de man van de Kiosk behulpzaam met wisselen als ik hem vertel over mijn leerlingen.

De tweede etappe leidt ons naar de Lage Weide, een industrie- en bedrijfsterrein aan de andere kan van het Amsterdam-Rijnkanaal. Daar zitten medewerkers van het Tolk- en Vertaalcentrum Nederland op ons te wachten.

Helaas rijdt de buschauffeur een halte te ver. ‘Moeten we dat hele stuk lopen, meester?’ Ja dus. Eenmaal binnen gaan we snel aan de slag: Jas uit, telefoons weg, kauwgom uit en een hand geven, zegt de andere meester.’ Net een normale les.

Onze leerlingen gaan zitten aan een grote vergadertafel op wieltjes. Ietwat ongemakkelijk kijken ze in de richting van de twee vertaalsters Frans, iemand van Jinc, de organisatie die dit organiseert voor de scholieren, en een dame van het bovengenoemde vertaalbedrijf. Na de bedrijfspresentatie en een rollenspel mogen de leerlingen aan de slag met olieverf en een doek van canvas. ‘Passen jullie op met de stoelen, die zijn net nieuw,’ zegt een van de dames. ‘We kunnen een mooie stippenstoel maken,’ grapt een van de leerlingen.

Maar eerst is er nog de vraag: hebben jullie zelf ervaring met tolken en welke talen spreken ze bij jullie thuis? Spaans, Arabisch, Eritrees, Engels, Turks en Marokkaans, komen voorbij. En ja, een van de leerlingen heeft wel getolkt voor haar vader. Die sprak destijds de taal niet. ‘Dat was moeilijk.’

De opdracht voor de leerlingen luidt: maak een schilderij dat de toekomst voor het tolken en vertalen uitbeeldt. Alles mag en kan en laat je vooral inspireren door sciencefiction, klinkt de uitleg.

Tweede andere scholen hebben dezelfde opdracht gehad. En uiteindelijk komt er een winnaar. Met een prijs. Gemotiveerd beginnen de leerlingen. In de ene groep zitten de doeners die direct beginnen met verven. De andere groep denkt eerst na en maakt dan een schets alvorens ze schilderen.

Het resultaat is mooi: beide groepen hebben onafhankelijk van elkaar een horloge ontworpen. Het groepje met de The Holo Talk Watch wint.

Dan is het alweer tijd om afscheid te nemen. ‘Gaan jullie nog even naar de wc?’, vraagt de meester. ‘Nee, dat doen we wel in de bus. Haha.’ De leerlingen hebben zich goed gedragen want het was veel luisteren. Dus een grapje kan. ‘Kijk, een dubbele regenboog’, roept een van de leerlingen. De bus komt net aanrijden maar de halte is verderop. Die halen we niet dus rennend en zwaaiend met onze armen gaan we richting de stoep. De bus stopt.

‘Dat komt door de regenboog, dat brengt geluk, meester.’
 

Geplaatst in lesgeven en onderwijs | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De Nederlandse overheid als pionier in contentmarketing

contentmarketing

Na de Tweede Wereldoorlog gaf de directie van De Staatsmijnen, het huidige chemieconcern DSM, opdracht tot het uitgeven van een heus bedrijfsblad: Steenkool. Het bedrijf had goed bestudeerd hoe ze dit in de VS aanpakten. Als eindresultaat lag er een uniek product, voorloper van de glossy, waarin de mijnwerker in de spotlight werd gezet. Contentmarketing avant la lettre.

Koninklijke DSM NV is een ware overlevingskunstenaar. In 1902 werd het bedrijf door de Nederlandse staat opgericht om de aanwezige steenkool in Zuid-Limburg te delven. De Staatsmijnen behaalde in 1960 een recordproductie van 23 miljoen ton. Helaas lag de kostprijs van een ton steenkool boven die van een ton geïmporteerde steenkool. Intussen was het bedrijf begonnen met de productie van ammoniak en kunstmest, een bijproduct van het vergassen van steenkool. Het besluit van de toenmalige directie daartoe getuigt van een vooruitziende blik.

Tragedie
Toen in 1973 de laatste mijnwerkers naar boven kwamen en de poorten van de mijnen definitief achter zich dicht trokken, veranderde De Staatsmijnen van naam en werd het kortweg DSM. Met de opgedane kennis van de productie van kunstmest en ammoniak begaf DSM zich op de markt van de bulkchemie en later die van de fijnchemie. Anno 2016 is DSM een succesvol beursgenoteerd bedrijf waarin de Nederlandse staat geen aandelen meer heeft.

Achter dit verhaal van het succesvolle bedrijf dat zich telkens aan de veranderende omstandigheden wist aan te passen, schuilt ook een tragedie. Met het sluiten van De Staatsmijnen werden vele tienduizenden ‘koempels’, zoals de mijnwerkers ook wel werden genoemd in de zuidelijke mijnstreek, werkloos. Een klap die Zuid-Limburg eigenlijk nooit te boven is gekomen. Journalist en schrijfster Marcia Luyten beschrijft dit verhaal op prachtige wijze in haar boek Het geluk van Limburg, waarbij ze het grote verhaal verweeft met de persoonlijke geschiedenis van de mijnwerkersfamilie van de Limburgse zanger Jack Vinders.

Contentmarketing
De mijnen waren vele decennia de economische kurk waar Zuid-Limburg op dreef. Het werk van de mijnwerkers was gevaarlijk en vies. Daarom deed de Nederlandse staat haar uiterste best om genoeg geschikte arbeidskrachten te winnen. Kolen waren tot de ontdekking van de gasbel in Slochteren de belangrijkste brandstof voor de Nederlanders. Je zou kunnen stellen dat dit van vitaal belang was voor de Nederlandse infrastructuur. Om de productie van het zwarte goud op peil te houden, zette de Nederlandse staat contentmarketing in.

Eerste bedrijfstijdschrift
Kort na de oorlog startte de overheid een campagne om mijnwerkers te lokken. Luyten schrijft in haar boek dat:

“Brochures, krantenartikelen en advertenties werden ingezet, voorlichters kwamen op school en gingen de huizen langs om moeders te winnen voor de steenkool. Mijnwerkers werden gekoesterd, ze kregen voorrang bij de aanschaf van beddengoed, keukenspullen, kleren en schoenen. In 1946 brachten de Staatsmijnen een mooi tijdschrift uit, Steenkool, Nederlands eerste moderne bedrijfstijdsblad en voorloper van de glossy. Het werd gemaakt naar de voorbeelden uit de Amerikaanse Human Relations School: de werknemer, de mijnwerker, stond centraal. De houwer die elke dag diep onder de grond ploeterde, moest voelen dat zijn bijdrage ertoe deed, dat hij werd gewaardeerd.”

Internet als goudmijn
Van de mijnen in Zuid-Limburg is vrij overgebleven omdat vrijwel alle infrastructuur direct na het sluiten van de laatste mijn is ontmanteld. Wie over de A2 richting Maastricht rijdt, ziet de futuristisch ogende fabrieken van DSM met alle lichtjes en pijpleidingen. Maar een koeltoren of mijnlift is nergens meer te bekennen. Op internet is de integrale geschiedenis van het eerste moderne bedrijfsblad van Nederland nog wel terug te vinden. Alle jaargangen van het tijdschrift Steenkool (1956-1955) zijn er in te zien. Evenals de jaargangen van het blad Stukkool (1929-1942) en de opvolger van Steenkool, het blad Nieuws van de Staatsmijnen (1952-1985).

Contentmarketingstrategie
Het tijdschrift is belangrijk maar de contentmarketingstrategie avant la lettre van de Nederlandse staat omvatte meer. Zo beschrijft Luyten in haar boek dat de Rijkspostspaarbank in 1952 een kinderboek uitgaf: Hans en Nellie ontdekken Kolenland. Elke maand was er een nieuw hoofdstuk voor iedere spaarder die geld inlegde. Uiteraard kregen de lezers, kinderen, een goed, bijna heroïsch beeld van het noeste werk van de mijnwerkers. Verderop in haar boek gaat het over de arbeidsmarktcampagne om arbeidskrachten te werven die tot ver over de landsgrenzen reikte. Er werd zelfs reclame gemaakt voor de Nederlandse mijnen in het zeer katholieke Italië.

Troef
Echter, de belangrijkste troef in de contentmarketing van de Staatsmijnen was volgens Luyten de Ondergrondse Vakschool (OVS). In 1945 startte dit instituut voor jongens vanaf 14 jaar. Dit gaf het vak van mijnwerker het nodige aanzien. In Zuid-Limburg heerste dan wel een gevoel van trots op de verdiensten voor Nederland, daarbuiten werd op het beroep neergekeken. En in 1952, met het vijftigjarig bestaan van de Staatsmijnen, werd het boek De boom en zijn vruchten. Vijftig jaar Staatsmijnen in Limburg gepubliceerd. De lezer kon de geschiedenis van de steenkoolindustrie in alle facetten tot zich nemen.

Blik op de VS
De Nederlandse overheid liep vijftig jaar geleden voorop als het ging om contentmarketing. Enkele jaren later volgde het bedrijfsleven, dat altijd al internationaal georiënteerd was, maar na de Tweede Wereldoorlog haar blik op de Verenigde Staten richtte, waar marketing als discipline al ver was ontwikkeld. Zowel de staat als het bedrijfsleven keken goed hoe het er in de Verenigde Staten aan toe ging. En dat gebeurt vandaag de dag nog steeds: kijk maar naar de huidige trend in contentmarketing.

Bronnen:Marcia Luyten, Het geluk van Limburg. (Amsterdam, 2016).
Keetie E. Sluyterman, Kerende kansen. Het Nederlandse bedrijfskleven in de twintigste eeuw. (Amersfoort, 2003).
www.destaatsmijnen.nl
www.dsm.com

PS Dit blog verschijnt ook op Frank.news

Geplaatst in Contentmarketing | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Met de klas terug in de tijd

archeon-2

Al weken gaat het tijdens de les over niks anders dan ‘varen in de kano’. De klas gaat naar het Archeon en met stip op een staat de activiteit met de uitgeholde boomstammen van de jagers en verzamelaars. In het park is dit kanovaren heel toevallig de eerste activiteit die je tegenkomt. Als we arriveren bij het themapark in Alphen aan den Rijn, waar je naast de prehistorie ook kunt leren over de Romeinse tijd en de middeleeuwen, stappen de jongens met de meeste bravoure resoluut in de boomstam. “Kijk, meester we varen!” Heel goed, jongens, roep ik ze toe, terwijl ik naar ze zwaai. Twee meiden krijgen de kano, die vastligt in de modder, niet in beweging.

Uitroken
Als de groepjes leerlingen met docenten zich over het park verspreiden, neem ik samen met wat brugklassers een kijkje in de hut van de jagers en verzamelaars. Binnen is het rokerig vanwege het vuurtje dat in het midden brandt. De leerlingen vinden het maar niks en vluchten snel naar buiten. Een enkeling blijft dapper staan en stelt een vraag aan de ‘bewoner’ van de hut: “wat doet u?”

Wolf?
De man die in hut woont, is gehuld in pelzen en wijst op de vachten die over een stok hangen. “Ik ben een jager en trek van kamp naar kamp.” Hij pakt een vacht en de leerlingen schrikken. “Wat is dit voor dier denken jullie?” “Een wolf!” “Nee, een reuzenkat?” Hij duwt de vacht in de richting van twee jongens die terugdeinzen. “Bah.” Ze vinden het erg spannend. “Leeft ie nog?” Dit is een vos, antwoordt de jager-verzamelaar. “Echt?” De ene jongen snelt naar buiten om andere leerlingen te halen. “Een vos!”

Laat je tanden zien
Een groepje meisje gilt collectief bij het zien van de vacht van de vos. “Iehhh.” Ik vraag hen wat ze in de winter in hun nek dragen? Wat bedoelt u meester? Dat vachtje in de kraag van jullie winterjas, dat is misschien ook wel een vossenvacht? “Echt? Maar deze heeft tanden meester!”

Te water
De stoerste jongen uit de groep durft de vacht in zijn handen te nemen. De jager-verzamelaar pakt de vacht en drapeert hem over het hoofd van mijn leerling. “Kijk, zo heb je het lekker warm.” Ontsnapt aan de rook zie ik dat nu ook de meiden de zware boomstam in water hebben gekregen.

archeon-1

Geplaatst in lesgeven en onderwijs | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Vers voor de klas: Bent u streng?

“En dit is meester Simon. Hij stelt zich even aan jullie voor,” zegt mijn werkbegeleider tegen de brugklas (vmbo basis) als ze me het woord geeft. Terwijl ze dit zegt, zijn alle ogen van de klas op me gericht. Vijftig nieuwsgierige ogen.

“Ik ben Simon de Wilde en ik kom dit jaar stage lopen op jullie school. Aan de Hogeschool Utrecht volg ik de opleiding tot docent geschiedenis. Ik heb de afgelopen jaren gewerkt als journalist en copywriter en ik woon in Overvecht,” vertel ik terwijl ik de klas rondkijk om de blikken te peilen.

“Hebben jullie vragen aan meester Simon?,” vraagt mijn werkbegeleider. Er gaan direct fanatiek een aantal vingers de lucht in. “Ja, jij daar vooraan,” wijs ik de eerste leerling aan. Ik ken de namen nog niet dus dat is lastig. “Hoe heet je?,” vraagt een meisje met een zwarte hoofddoek.

“Dat heb ik net verteld. Simon de Wilde,” zeg ik enigszins verbaasd. Mijn werkbegeleider vertelde me al dat dingen in deze klas vaak vijf keer moet uitleggen. “O ja,” glimlacht het meisje.

“Hoe lang woont u in Overvecht, meester?,” is een volgende vraag van een klein jongetje. “Sinds 2008. Dus dat is al hoeveel jaar?,” vraag ik. “Acht jaar, meester,” zegt hij vragend. “Juist, heel goed. Een lange tijd.”

“De laatste vraag,” zegt mijn werkbegeleider,” want jullie gaan de cito maken.” Ik wijs naar een leerling achterin. “Meester, bent u streng?” vraagt hij met een ernstig gezicht. Ik laat een korte stilte vallen terwijl ik hem aankijk. “Dat zul je vanzelf van wel merken,” floept er dan uit.

De leerlingen zetten de tafels uit elkaar en papieren en potloden worden uitgedeeld. De woordenschat wordt getest. Het echte kennismaken en het leren van de namen komt later.

Geplaatst in lesgeven en onderwijs, Overvecht | Een reactie plaatsen

Vers voor de klas: kennismaking

boeken voor aspirant-docenten

‘Van Lierop’, schrijft de stagiair traag in grote blokletters op het krijtbord. De jonge aspirant-wiskundedocent staat met zijn rug naar de klas die veel kabaal maakt. Aan de hand waarin hij het witte krijtje houdt, omklemt een dikke gouden zegelring zijn ringvinger. Het is de allereerste les in het kersverse schooljaar. Achterin de klas zit mijn mentor met zijn armen over elkaar gelaten voor zich uit te staren. Het kabaal uit de klas zwelt verder aan als Van Lierop zich tergend traag naar de klas draait. Hij kijkt angstig van achter zijn dikke brilglazen en probeert een poging te doen boven het geluid van de klas uit te komen. Hij schraapt zijn keel maar er komt nauwelijks geluid uit. Met de blinkende zegelring aan zijn hand wijst hij op het lesboek dat voor hem op zijn bureau ligt.

Herinnering
Bovenstaande beeld is een herinnering uit mijn eigen middelbare schooltijd. Deze trekt aan mijn geestesoog voorbij, omdat ik, ruim twintig jaar later dan het moment waarop de herinnering ontstond, zelf als aspirant-geschiedenisdocent mijn vuurdoop beleef. Na een blik op de stapel studieboeken voor het eerste studieblok vraag ik mij af hoe de eerste kennismaking zal verlopen? Hoe ga ik mijzelf aan de leerlingen voorstellen? Kennen de leerlingen elkaar al?

Persoonlijk
In tegenstelling tot de stagiair van weleer die ik hierboven beschreef, weet ik wel hoe ik kennis ga maken met de leerlingen. Ik ga ze kort iets persoonlijks vertellen. Dat ik in Overvecht woon en een Overvecht Kwartetspel heb gemaakt. De leerlingen kunnen elkaar kort interviewen over een favoriete plek, al dan niet in de wijk. Voor inspiratie voor een kennismaking put ik niet uit die stapel boeken, maar uit het blog ‘Les and more’ over onderwijs.

Andere sfeer
Een persoonlijke kennismaking schept als het goed is een heel andere sfeer en situatie dan de kennismaking met de aspirant-wiskundedocent die ik zelf ooit had. Je krijgt maar een keer de kans om een eerste goede indruk maken, ook in het onderwijs.

PS Op de 13 september is de startbijeenkomst op mijn stageschool, het Trajectum College in Overvecht. In een van mijn volgende blogs zal ik uit de doeken doen hoe de kennismaking is verlopen.

Over deze blogpost
Vers voor de klas is mijn blog waarin ik vertel over mijn avonturen in onderwijsland.

Geplaatst in lesgeven en onderwijs | Tags: , | 1 reactie